19/05/2026
Vandaag ging het in het Vlaams Parlement over Oosteroever.
Het fort Napoleon op de Oosteroever in Oostende en de omgeving errond werd 50 jaar geleden beschermd als cultuurhistorisch landschap, maar die bescherming dreigt te worden opgeheven. Er is een petitie opgestart met 11.000 handtekeningen om de bescherming te behouden, en Natuurpunt hekelt dat er onvergunde werken werden uitgevoerd door een vastgoedondernemer.
Hoe staat minister Ben Weyts hiertegenover? Hoe wil hij vermijden dat vastgoedontwikkelaars de erfgoedwaarden van hun eigendom kunnen verminken om vervolgens de opheffing te kunnen verkrijgen? Wat met eerdere rechterlijke uitspraken dat het terrein in zijn oorspronkelijke staat moet worden hersteld?
Verslag hieronder:
De voorzitter: De heer Vaneeckhout heeft het woord.
Jeremie Vaneeckhout (Groen): Minister, het is niet de eerste keer dat we hierover van gedachten wisselen in de commissie. Enkele maanden geleden hebben we het er ook al over gehad. Het dossier van de dreigende opheffing van de bescherming van de Oostendse Oosteroever als cultuurhistorisch landschap blijft de gemoederen beroeren. Het is niet alleen hier in het parlement dat daar een en ander rond leeft of dat er een aantal beleidsmatige, fundamentele vragen over worden gesteld. Ook in de samenleving zijn er toch heel wat mensen die zich veel zorgen maken, zelfs in die zin dat ruim 11.000 mensen een petitie hebben ondertekend, die aan u is overhandigd, om de binnenduinen rond Fort Napoleon in Oostende te bewaren.
Om een aantal redenen was ik afgelopen weekend nog in Oostende en heb ik het gebied daar nog een keer extra kunnen verkennen. Het was mij al bekend. Als u daar nog niet geweest zou zijn, dan raad ik u alvast aan om eens ter plaatse te gaan kijken.
Eerder haalde u in de bespreking hier in de commissie al het argument aan dat het terrein “niet meer is wat het was” door ingrepen uit het verleden. Die ingrepen, dat ging dan uiteraard over de bouwmisdrijven die zijn begaan door de eigenaar en ontwikkelaar van het terrein. Die redenering stuit op scherpe kritiek van onder meer Natuurpunt. Zij deelden dat ook mee naar aanleiding van de overhandiging van de petitie. In het verleden zijn er zonder omgevingsvergunning werken uitgevoerd die schadelijk waren voor de duinnatuur. Dat zegt onder andere Paul Lingier van Natuurpunt Middenkust. Minister, in plaats van deze overtredingen te bestraffen en herstel af te dwingen, wat – eerlijk gezegd – een overheid die zichzelf ernstig neemt, zou doen, gebruikt u deze schade nu als argument om de bescherming eventueel volledig op te heffen. Dit zet de deur open voor elke ontwikkelaar: creëer een situatie en probeer ze daarna vast te leggen, verniel de natuurwaarden op je terrein dus maar, trek je niks aan van de regelgeving en op termijn valt de bescherming dan vanzelf wel weg.
De ruim onderschreven petitie bewijst ondertussen dat de verontwaardiging ruim gedragen is in Oostende en de bredere omgeving, en ook binnen de erfgoedsector. Ik verwijs ook naar de eerdere adviezen hieromtrent. Een eventuele opheffing zou immers een precedent scheppen voor eigenaars die af willen van de erfgoedlasten op hun terrein, waarbij verminking dus ook loont.
Minister, deze zomer moet u definitief over de opheffing beslissen. Daarom heb ik toch een aantal vragen hierbij.
In hoeverre maakt de petitie met ruim 11.000 handtekeningen voor u duidelijk dat er een groot draagvlak is voor het behoud van de bescherming van de Oosteroever?
Hoe zult u vermijden, gesteld dat u alsnog beslist om de bescherming op te heffen, dat dit soort situaties zich herhalen, dat ontwikkelaars dus wetens en willens de erfgoedwaarden van hun eigendom zullen verminken om vervolgens de opheffing te kunnen verkrijgen? Geduld loont dan blijkbaar met slechte bedoelingen.
Hoe interfereert een mogelijke opheffing van de bescherming met eerdere rechterlijke uitspraken dat het terrein in zijn oorspronkelijke staat moet worden hersteld?
De voorzitter: Minister Weyts heeft het woord.
Minister Ben Weyts: Dank u wel. Ik wil eerst prealabel meegeven dat de gedeeltelijke opheffing eind vorig jaar er niet is gekomen wegens een of andere private agenda, maar gewoon op vraag van de stad Oostende. Als een lokaal bestuur de Vlaamse overheid vat met een verzoek, is het evident dat we dat verzoek ook beantwoorden en daarvoor een procedure opstarten.
Mijn administratie is het dossier momenteel verder inhoudelijk aan het verwerken. Alle bezwaren worden grondig geanalyseerd, en pas daarna ga ik een beslissing nemen. Maar die zal hoe dan ook gebaseerd zijn op het onderzoek, de feiten op het terrein en de erfgoedkundige afweging. Want veel bezwaren die worden aangehaald, hebben geen betrekking op de erfgoedstatus. Ik heb de actiegroep en de mensen die de handtekeningen voor de petitie verzameld hebben, ook ontvangen. Zij wierpen een hele reeks tegenkantingen tegen de ontwikkeling van die zone op, maar die hadden eigenlijk van doen met natuurwaarden, met milieu, met ruimtelijke aspecten, niet met onroerend erfgoed. Als Vlaams minister van Onroerend Erfgoed ga ik over onroerend erfgoed.
Waarop is die voorlopige, gedeeltelijke opheffing gestoeld? De bescherming van het cultuurhistorische landschap rond Fort Napoleon dateert van 1976 en had als doel het open duinenlandschap en de historische samenhang rond het fort te vrijwaren, maar ondertussen zijn we vijftig jaar verder. In die periode is de feitelijke toestand van delen van dat gebied ingrijpend gewijzigd. De stad Oostende betoogt ook dat de oorspronkelijke erfgoedwaarde van een aantal percelen, door ingrepen in het verleden, verdwenen of zwaar aangetast is. Op andere percelen is die waarde nog aanwezig, maar niet langer in die mate dat ze nog de huidige graad van bescherming verantwoordt. Ook vanuit die vaststellingen is de procedure opgestart om de bescherming gedeeltelijk te herijken.
Ik herhaal dat ik op 11 mei persoonlijk een delegatie van Natuurpunt en de vzw Dement heb ontvangen op mijn kabinet. Ik moet toch wel enkele zaken nuanceren die feitelijk onjuist zijn in uw vraagstelling. Ten eerste komen de ondertekenaars van die petitie uit heel Vlaanderen; dat zijn geen 11.000 Oostendenaars. Ten tweede werd de petitie ingediend buiten de termijn van het openbaar onderzoek. Strikt genomen is dat dus een bezwaar buiten termijn, waardoor ik er juridisch niet toe gehouden ben om dat mee te nemen in de procedure. Maar ik ga dat wel doen. Daar zijn ook meer dan vijfduizend commentaren aan gekoppeld, dus we gaan die allemaal moeten verwerken. Dat is een werk van lange adem. De petitie zal dus behandeld worden als een bijkomend bezwaar, samen met de andere bezwaren die zijn ingebracht in het openbaar onderzoek.
Ten derde vraagt men door middel van de petitie om het gebied niet te bebouwen. Ik moet erkennen dat de opheffingsbeslissing natuurlijk niet vooruitloopt op de eventuele toekomstige invulling van de percelen, die niet langer tot het cultuurhistorische landschap zullen behoren. Daar ga ik niet over. Het gaat hier over de beslissing quid de beschermde erfgoedstatus en wat dat betekent voor dat gebied. Het behoort tot de bevoegdheid van de plannende overheid om, na afweging van de ruimtelijke behoeften, al dan niet voor een bepaalde bestemming te kiezen, en tot de bevoegdheid van de vergunningverlenende overheid om zich uit te spreken over de toelaatbaarheid van die geplande projecten. Of er ooit gebouwd wordt, verloopt dus via andere procedures dan via de procedures waar dat nu voorligt.
Ten vierde legt de petitie sterk de nadruk op natuur, namelijk het herstel van de binnenduinen. Ik heb al gezegd dat ik over erfgoed ga. De bescherming van 1976 had niet natuurbehoud als doel, maar de bescherming van een cultuurhistorisch landschap. De beoordeling vandaag moet dus gebeuren op basis van erfgoedwaarden, zoals vastgelegd in het Onroerenderfgoeddecreet.
U stelt dan ook de vraag – en dat vind ik wel een beetje misleidend – of met die procedure geen verkeerd signaal wordt gegeven, namelijk dat wie erfgoed aantast, uiteindelijk beloond wordt. Die aantastingen hebben natuurlijk in de loop der tijden, over een periode van vijftig jaar, plaatsgevonden. U moet niet doen alsof het gaat over zeer recente aantastingen. Nee, het gaat over een periode van vijftig jaar. Men heeft bijvoorbeeld motorcross gereden op dat terrein. Dat verdient toch ook wel enige rechtzetting.
De procedure tot gedeeltelijke opheffing heeft geen impact op de lopende herstelvordering vanuit Ruimtelijke Ordening of op de gerechtelijke uitspraak. Geen. Die gerechtelijke uitspraak zal uitgevoerd moeten worden. Overtredingen blijven overtredingen. Wie ze begaan heeft, blijft daarvoor verantwoordelijk. Er is dus geen enkele sprake van straffeloosheid.
De voorzitter: De heer Vaneeckhout heeft het woord.
Jeremie Vaneeckhout (Groen): Dank u wel voor het antwoord, minister.
Ik zal beginnen met het positieve gedeelte. Het is een heel goede zaak, ook voor de geloofwaardigheid van de Vlaamse overheid en voor het draagvlak rond een eventuele beslissing, dat de petitie en de teksten daarin die aan uw administratie bezorgd zijn, meegenomen worden in de oefening. Ik begrijp de juridische opmerking dat dat in principe niet meer hoefde, maar het is toch belangrijk dat dat geb***t.
Ten tweede ben ik over één ding in uw antwoord enthousiast, en dat is dat u zegt dat deze afweging zal gebeuren op basis van een erfgoedkundige afweging. Daar ben ik heel gerust in. We hebben namelijk een zeer gespecialiseerde commissie, een Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed, die die afweging al voor een stuk gemaakt heeft, en die u daar een advies over gegeven heeft. U weet dat, die hebben een ongunstig advies gegeven over de tijdelijke gedeeltelijke opheffing van de bescherming als cultuurhistorisch landschap. Dus de adviescommissie die gespecialiseerd is om die erfgoedafweging te maken, minister, zegt dat het geen goed idee is.
Waarom zeggen ze onder andere dat dat geen goed idee is? Omdat, toen u daarnet zei dat u gaat over Erfgoed, en u dan die percelen vrijgeeft, we niet weten wat er daarna geb***t met die gebouwen. Dat is eigenlijk iets voor de minister en de vergunningverlenende overheid, dus de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening en eventueel voor de lokale overheid.
Ik kan dat niet meenemen in mijn afweging. Maar dat is natuurlijk wel fundamenteel om op lange termijn te kunnen oordelen over de impact op het erfgoedlandschap. Als die afweging niet gemaakt wordt, geeft u eigenlijk via sluipende besluitvorming een open doekje aan een ontwikkelaar en aan een aantal eigenaars om geleidelijk aan de erfgoedwaarde van die site te beïnvloeden, door bebouwing die steeds dichter komt, die impact heeft op die site, omdat u een aantal gebieden uit handen dreigt te geven als u zegt dat daarvan geen erfgoedafweging meer gemaakt wordt, omdat dat geen beschermd erfgoedlandschap meer is.
Bent u van plan om het advies van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed ernstig te nemen? Zult u zeggen dat dat soort elementen en de onduidelijkheid over de toekomst meegenomen moeten worden?
Ten tweede: bent u het met mij eens dat er toch een soort sluipende besluitvorming dreigt, stapje per stapje? Eerst worden er wederrechtelijke ingrepen gedaan, niet alleen in een ver verleden, minister, maar ook niet zo lang geleden. Projectontwikkelaar Versluys heeft daar werken uitgevoerd die hersteld moeten worden, wat niet geb***t. Er lopen daar op vandaag nog altijd zaken over. U weet dat. Mensen worden daar niet bestraft voor wat ze doen, door een Vlaamse overheid waar u toch nog altijd minister bent in de regering. Hoe zult u daarmee omgaan? Zult u daar ook uw collega’s op aanspreken? Zult u daar verder mee aan de slag gaan? Of zegt u dat het uw bevoegdheid niet is?
Ten derde: op welke termijn denkt u een beslissing te zullen nemen, ook met het oog op de verdere opvolging van onzentwege?
De voorzitter: Minister Weyts heeft het woord.
Minister Ben Weyts: U vermeldt, wat erfgoed betreft, één klok, namelijk de adviescommissie, die een ander oordeel had dan het agentschap Onroerend Erfgoed, die de zaak ook vanuit een erfgoedperspectief benaderd heeft. Het klopt dus niet dat dat zo klaar is als een klontje en dat alle neuzen ter zake in dezelfde richting staan. Dat is niet waar.
Ten tweede: ik blijf herhalen dat een Vlaams minister van Onroerend Erfgoed zich uitspreekt over de erfgoedstatus, en niet over alle andere aspecten die met dat project verbonden zijn. Stel, in geval van een opheffing van de erfgoedstatus: wat daarna al dan niet ontwikkeld wordt, is iets voor diegene die het project aanvraagt, en vervolgens ook voor diegene die vervolgens dat project of die ontwikkeling van overheidswege toelaat en vergunt. ‘That’s it.’ Gooi dat dus niet op een hoopje. Vermeng dat niet. Dat is immers absoluut niet mijn bevoegdheid.
De voorzitter: De heer Vaneeckhout heeft het woord.
Jeremie Vaneeckhout (Groen): Minister, dank u voor het aanvullende antwoord, maar het is toch nogal cynisch dat de stad Oostende, die zeer duidelijk heel erg onder invloed staat van een projectontwikkelaar die zijn dromen wil realiseren, een aanvraag doet om een dossier waarin wederrechtelijke feiten zijn gebeurd, via een sluipweg mogelijk te maken.
Dat onroerend erfgoed en dat erfgoedlandschap staat op dit moment in de weg. En dan is het inderdaad zo dat vanuit de stad Oostende, en wellicht ook vanuit andere wegen, veel druk uitgeoefend wordt op allerlei organen en organisaties om dit dossier stapsgewijs in een bepaalde richting te duwen.
Dit is wat er zal gebeuren. Dit is sluipende besluitvorming waarbij iedereen de paraplu opentrekt, en op het einde de stad Oostende zal zeggen dat ze nu wel moeten vergunnen, want het is geen erfgoedlandschap meer. Er is geen invloed op het erfgoedlandschap, want het is geen erfgoedlandschap meer. Geleidelijk aan krijgt projectontwikkelaar Versluys dus wat hij wenst, ondanks het traject dat afgelegd is.
En inderdaad, die ene commissie die gespecialiseerd is en door de Vlaamse overheid is samengesteld om daar in alle onafhankelijkheid een advies over te geven, komt tot de conclusie dat dit een slecht idee is.
Minister, het is zeer spijtig om vast te stellen, maar deze overheid heeft duidelijk geen eigen erfgoedbeleid. Die voeren de opdracht uit van ontwikkelaars, en misschien van het stadsbestuur waar connecties mee zijn, en dat moet dan maar gerealiseerd worden.
Het is trouwens ook zeer opmerkelijk dat een aantal collega’s uit de regio, uit andere fracties die normaal heel gevoelig zijn voor erfgoed in onze regio, nu in alle stilte hun hoofd naar beneden buigen en niet tussenkomen op deze vragen. Ik stel me oprecht de vraag welke contacten en welke invloeden hier allemaal spelen.
Maar het is een schandelijke zaak voor een Vlaanderen dat ooit dacht heel zelfbewust met zijn erfgoed om te gaan, dat nu sluipende besluitvorming en vooral in stilte schade doen en op lange termijn de afschaffing van het erfgoedlandschap vragen, zomaar beloond wordt.
Ik hoop alvast dat er nog wat zaken tussen komen, en dat de afweging door uw agentschap en door uw kabinet op een ernstige manier gebeuren. Anders zullen wij samen met alle betrokkenen bekijken op welke manier we toch die prachtige kant van Oostende kunnen blijven beschermen, al is het maar omdat niet iedereen de cultuurhistorische waarde ervan minacht.
De voorzitter: De vraag om uitleg is afgehandeld.
-----------
>> Bekijk hier het videofragment vanuit het Vlaams Parlement https://www.youtube.com/live/_I_2erA0eb8...
>> Lees hier hier het verslag https://www.vlaamsparlement.be/.../2032756/verslag/2033804
>> Mijn opinie in De Morgen - Bouwpromotoren aan de kust: moet er nog zand zijn? https://medium.com/.../bouwpromotoren-aan-de-kust-moet-er..