20/10/2026
Wist je dat de Pinzgauer Kaspressknödel vroeger zo geliefd waren dat er zelfs vaste knödeldagen bestonden?
Op dinsdag, donderdag en zondag kwamen er in de Pinzgau traditioneel knödels op tafel. Niet zo vreemd, want in de eenvoudige boerenkeuken werd niets verspild. Van oud brood, eieren, kruiden en kaas van de eigen boerderij kon je een stevige maaltijd maken die voedzaam was na een lange dag werken op het land of de alm.
Wanneer precies de eerste Kaspressknödel werd gebakken, is niet bekend. Wel passen ze helemaal in die oude gewoonte om te koken met wat voorhanden was. Het overgebleven brood werd in stukjes gesneden en vermengd met eieren, ui, peterselie en kaas. In de Pinzgau gebruikte men daarvoor Pinzgauer Bierkäse: een pittige, magere streekkaas die de knödels hun herkenbare smaak geeft.
Anders dan gewone knödels worden Kaspressknödel niet rond gerold. Het deeg wordt tot platte koekjes gedrukt, gepresst, en daarna langzaam goudbruin gebakken in boter. Daar komt dus ook hun naam vandaan.
Traditioneel worden ze soms in twee gangen gegeten: eerst eentje zoals ze dat noemen ‘te water’, dobberend in een kom wa**e bouillon. En daarna eentje ‘te land’, op het bord met bijvoorbeeld groene salade.
Tegenwoordig vind je Kaspressknödel op menig menukaart van berghutten en restaurants. Vooral na een stevige wandeling smaken ze zoals veel oude streekgerechten ooit bedoeld waren: eenvoudig, hartig en precies goed.
En kun je niet kiezen tussen soep of salade?
Dan doe je het gewoon op z’n Pinzgaus: allebei😊.