19/05/2026
Dijon, een mooie stad en vanuit onze gîte een uurtje rijden.
Dijon: Meer dan mosterd alleen
Wie aan Dijon denkt, ruikt ongetwijfeld direct de scherpe, herkenbare geur van mosterd. Maar wie de hoofdstad van de Franse regio Bourgogne-Franche-Comté binnenwandelt, ontdekt al snel dat deze historische stad haar culinaire cliché ver overstijgt.
Dijon is gekroond tot Ville d’art et d’histoire en herbergt een beschermd historisch centrum van maar liefst 97 hectare. Sinds enkele jaren staat dit gebied zelfs op de Werelderfgoedlijst van UNESCO, als onlosmakelijk onderdeel van de iconische Climats — de wereldberoemde wijngaarden van de Bourgogne.
Het grootste cadeau dat Dijon de moderne reiziger schenkt, is rust. Het volledige stadscentrum is voetgangersgebied. Hierdoor verandert een wandeling door de straten in een sfeervolle tijdreis. Prachtige vakwerkhuizen, romaanse en gotische kerken, en statige 17e- en 18e-eeuwse herenhuizen flankeren de middeleeuwse straten. Ze herinneren de bezoeker er fijntjes aan dat Dijon ooit de machtige hoofdstad was van de Hertogen van Bourgogne.
Om deze architectonische rijkdom ten volle te begrijpen, kun je op pad gaan met een gids van het Office de Tourisme voor de 'Dijon Découverte'-tour. Maar minstens zo charmant is het zelf te verdwalen in de straten en de Uil te volgen...
In de geplaveide straten van het historische centrum zijn koperen schildjes met een uil (la chouette) ingelegd. Deze gidsen in het wegdek leiden je vanaf de Place Darcy kriskras door de stad, met als eindbestemming de Notre-Dame. Hoog op een steunbeer van deze kerk zit een klein, door de eeuwen heen uitgesleten stenen uiltje. De lokale legende is even simpel als hardnekkig: aai de uil met je linkerhand, doe een wens, en het geluk lacht je toe.
Midden in de stad ligt het absolute monumentale hoogtepunt: het Palais des ducs et des États de Bourgogne. Dit indrukwekkende complex weerspiegelt de grandeur van weleer. Het centrale deel doet vandaag de dag dienst als stadhuis, gedomineerd door de 15e-eeuwse Tour Philippe le Bon. Wie de klim naar de 46 meter hoge top aandurft, wordt beloond met een adembenemend panoramisch uitzicht over Dijon, dat vanwege haar vele kerktorens ook wel ‘de stad met de honderd klokkentorens’ wordt genoemd.
In de oostelijke vleugel van het paleis bevindt zich sinds 1799 het Musée des Beaux-Arts. Na een ingrijpende en volledige renovatie behoort dit museum tot de absolute top van Frankrijk. Verdeeld over vijftig zalen vind je een overweldigende collectie van 1.500 kunstwerken, waaronder de fabelachtige praalgraven van de Bourgondische hertogen zelf.
Hoewel Dijon veel meer is dan haar mosterd, verloochent de stad haar gastronomische wortels natuurlijk niet. Integendeel. Naast mosterd staat de stad bekend om haar slakken, crème de cassis, chocolade en ambachtelijke peperkoek (pain d’épices).
Om die culinaire status te verzilveren, opende de stad de Cité internationale de la gastronomie et du vin. Dit moderne complex, gelegen aan de rand van het centrum, is een ode aan de Franse eetcultuur en de Bourgondische wijnen. Bezoekers kunnen zich hier onderdompelen in honderden ervaringen: van interactieve tentoonstellingen en wijnproeverijen tot culinaire workshops, boetieks, restaurants en zelfs een bioscoop.
Dat Dijon een paradijs is voor fijnproevers en levensgenieters, blijkt ook wel uit de levendige markthallen in het centrum, de jaarlijkse internationale gastronomische beurs en de aanwezigheid van maar liefst vijf Michelin sterrenrestaurants. Tel daar de meer dan 1.200 winkels in de binnenstad bij op — waarvan sommige zelfs zeven dagen per week geopend zijn — en je hebt de perfecte ingrediënten voor een weekend uitgebreid cultuur snuiven, winkelen en gastronomisch genieten.