08/05/2019
BELVÈS, STADJE MET ZEVEN TORENS IN DE DORDOGNESTREEK
De naam Belvès komt uit de Middeleeuwen, een samenvoeging van dezelfde woorden waar ook het Franse ‘belle vue’ vandaan komt. Mooi uitzicht dus, en dat heb je niet alleen vanaf het stadje zelf, maar ook al als je er op de D710 komt aanrijden. Belvès ligt namelijk op een kleine verhoging in het landschap en torent zo boven de omgeving uit.
Zoals bij wel meer plekken in Frankrijk zagen de inwoners van de streek al snel het nut van zo’n verhoging. Je kon de vijand makkelijk zien aankomen en ook bij een aanval had het zo zijn voordelen om hoog gelegen te zijn. Waarschijnlijk dateert het castrum – de verdedigingswerken van een kleine stad – uit de elfde eeuw. Nu resteren van dit bouwwerk enkel nog een toren en de toegangspoort.
Van de twaalfde tot de vijftiende eeuw stond een groot deel van Aquitaine en de Dordogne onder Engels bewind. Dat gold ook voor Belvès, waar lange tijd een Engels garnizoen gelegerd was. Toen de Honderdjarige Oorlog tussen de Fransen en Engelsen in het voordeel van de Fransen werd beslecht, kwam de regio er slecht uit. Een uitbraak van de pest was de druppel, en tegen het einde van de vijftiende eeuw waren zowat de helft van de huizen in de dorpen en steden leeg en vervallen. Op het moment dat de rust eenmaal wat was weergekeerd, bloeide de omgeving van Belvès echter weer snel op. Zo kwam er in de stad een markt en werden er diverse scholen geopend.
Het bleef echter onrustig in de daaropvolgende eeuwen, met onder meer de godsdienstoorlogen tussen de Protestanten en Katholieken, en bloedig neergeslagen opstanden van voornamelijk de boerenbevolking, de zogenaamde jacqueries des croquants.
Ondanks deze onrustige tijden, is er in Belvès nog steeds veel te zien van de geschiedenis. Het is een vrij klein stadje, waar je met een half uur tot een uur lopen wel doorheen bent. Nadat we de auto naast de mairie (let op de veertiende eeuwse toren van de couvent des Frères Prêcheurs) op een pleintje hebben geparkeerd, lopen we de hoofdstraat van het stadje in, de rue Jacques Manchotte. Deze komt uit op het marktplein, waar de vijftiende-eeuwse markthal staat te pronken.
Schuin tegenover de markthal, aan de andere kant van het plein, voert een smal straatje omlaag naar enkele bijzondere grotwoningen, waar van de dertiende tot de achttiende eeuw de allerarmsten woonden. Je kunt deze bezoeken met een gids, om een idee te krijgen hoe hier geleefd werd. Nu ik er ben is het echter al avond, en moeten we het doen met een blik naar binnen door het hekwerk. We wandelen verder door de nauwe straatjes, op zoek naar de andere oude huizen en torentjes van Belvès. Zoals bijvoorbeeld de Tour des Filhols, waar nu het Office de Tourisme gevestigd is. Of het vijftiende-eeuwse château de Belvès, ook wel hôtel de Commarque genoemd. Ook bijzonder is het Hôtel Bontemps, een twaalfde-eeuws huis met een voorgevel uit de Renaissancetijd. Hier woonde ooit Thomas Bontemps, een Engelse kapitein.
geschreven door Martijn, blogger en eigenaar van Frankrijk Puur
Send a message to learn more