26/05/2026
De legende van Mont Caroux, Zeus en de laatste reuzen !
In die tijd leefden Cébenna en Réa, de laatste twee reuzen die afstamden van de Titanen. Zij waren de enige overlevenden. Hand in hand lopend, gevoelig voor de schoonheid van de natuur, koesterden ze vooral het plateau en de rots van Caroux, vanwaar hun blik tot aan de zee reikte. Maar de God van de Olympus, ongeduldig om plaats te maken voor de mensheid, bleef roepen: “Laat ze sterven!”, een eis waaraan de aarde uiteindelijk toegaf. Op een avond ging Cébenna op de rots liggen, terwijl Réa stroomopwaarts langs de Héric-beek liep. Plotseling voelde Cébenna de rots zachter worden. Ondanks een plotselinge beweging bedekte de steen haar lichaam en verlamde haar. Toen, in een laatste poging, gooide ze haar hoofd achterover en schreeuwde het uit van wanhoop. De tranen die uit haar ogen stroomden, vielen druppel voor druppel in het water van de Rieutord. Bij Cébenna’s kreet probeerde Réa naar haar toe te snellen. Helaas zonken zijn voeten, meegesleurd door de stroom. Hij viel op zijn knieën, zijn handen klemden zich vast aan de rotswand. In een poging te ontsnappen, zakte hij tot zijn schouders in de rots, en de rots, nu als lijm, vormde zich naar de contouren van zijn hoofd, waardoor zijn laatste kreet werd gesmoord toen Héric met een daverend geluid voorbij raasde… En zo, als een stenen beeld in een graf, graveert het lichaam van Cébenna, de ongelukkige dochter van de Titanen, voor altijd zijn vorm in de top van de Caroux.