03/02/2025
Telegraaf column ‘Horeca’ door Jaap van Duijn. 1 februari 2025.
Een columniste in een van onze dagbladen had in een Amsterdams café twee thee besteld. Daar moest ze acht euro voor neertellen. Ze rekende uit wat de kostprijs, inclusief arbeidskosten, van twee kopjes thee was en kwam niet verder dan 68 cent. Het bleek veel meer te zijn, maar toch.
In een supermarkt koop je een doosje thee met twintig zakjes voor een euro. Dat moet dan wel thee van het huismerk zijn, want voor een A-merk als Pickwick betaal je het dubbele. Daar krijg je wel 4 Douwe Egberts-waardepunten bij, maar die zijn niets waard, want Douwe Egberts neemt ze niet in en Blokker is failliet. Wie in deze tijd nog A-merken aanschaft, is irrationeel bezig, want in de meeste testen blijven ze achter bij de huismerken van AH, Jumbo en Lidl, terwijl je veel meer en soms het dubbele moet betalen.
Maar prijsbewuste consumenten doen er ook verstandig aan niet te vaak horecagelegenheden te bezoeken. Sinds 2015 zijn de kosten van levensonderhoud met 31% gestegen. Voedingsmiddelen zijn meer in prijs gestegen (40%), maar nog slechter is het gesteld met de prijzen in de horeca. Die zijn nu 45% hoger dan in 2015. Tot dusver waren het de verwende generaties (de millennials van 1981-1996 en de generatie Z van 1997-2012) die bereid waren idiote prijzen voor al die soorten opgeklopte koffie te betalen, maar die vinden nu ook dat het met de prijs-kwaliteitsverhouding in de horeca uit de hand is gelopen. Misschien toch eens minder uitgaan en gaan sparen voor dat nu nog onbereikbare huis.
De horeca is een van de meest merkwaardige sectoren in de Nederlandse economie. Het wemelt van de eet- en drinkgelegenheden in het land, maar de bijdrage van de sector aan de economie is door de jaren heen niet toegenomen. Van de totale toegevoegde waarde die in ons land wordt gecreëerd, komt maar tussen 1,5 en 2% van de horeca, en dat is al een halve eeuw zo. In goede tijden is het 2%, in slechte tijden 1,5%. De toegenomen welvaart heeft wel geleid tot veel meer uit eten gaan en elders overnachten, maar extra waarde heeft dat niet opgeleverd, ondanks de hoge prijzen van nu.
Wie door de stad loopt en vervolgens naar de cijfers kijkt, moet concluderen dat er veel te veel horecagelegenheden zijn. Als er in een winkelstraat weer eens een kledingzaak sluit, komt daar vaak een eet- of drinktentje voor in de plaats. In 2007 waren er 42.400 horecaondernemingen. Volgens de laatste cijfers zijn het er nu 81.000. De bevolking is met 10% toegenomen, het aantal horecazaken met 90%. Dit is bizar. De 81.000 van nu creëren evenveel waarde in de economie als de 42.400 van toen.
CBS-cijfers laten zien dat 55% van de horecagelegenheden eenmansbedrijven zijn. Dat percentage is voortdurend gestegen, in 2007 was het nog 35%. De horeca lijkt zo een toevluchtsoord voor mensen die een eigen zaakje willen en iets laagdrempeligs zoeken. Om dan toch wat te verdienen moet je al gauw acht euro voor twee kopjes thee rekenen.