16/07/2026
Een stem die ik direct herken. Het gezicht iets minder snel. Het is dan ook ongeveer twintig jaar geleden dat ik hem voor het laatst gezien heb (en de zonnebril helpt natuurlijk ook niet mee).
Maar bij de eerste “goedemorgen” komen de beelden terug.
De vouwwagen waarmee ze ieder jaar naar onze camping kwamen.
De plek waar ze altijd stonden.
En hun drie jongens, die het liefst de hele dag op de skelters reden.
Alleen die namen….
Tijdens het gesprek blijf ik in mijn geheugen graven, maar ik kom er niet op.
Het beeld van de kleine jongens verandert als ze vertellen over de kleinkinderen.
We laten elkaar foto’s zien van de volgende generatie en praten erover hoe bijzonder het is om opa en oma te zijn.
We staan ook even stil bij de mensen om ons heen die dit moment niet mee mogen maken. Buren, vrienden en collega’s bij wie het leven anders loopt. Zo’n gesprek gaat blijkbaar moeiteloos over van skelters naar kleinkinderen en van mooie herinneringen naar de kwetsbaarheid van het leven.
Kamperen doen ze inmiddels niet meer. Ze logeren in een hotel in de buurt en fietsen langs de plekken van vroeger.
“Er is veel veranderd in de omgeving, maar jullie camping voelt nog net zo fijn als toen”. Die woorden bleven nog even hangen toen ze weer op de fiets stapten.
Vlak voor hun vertrek stel ik toch de vraag die al het hele gesprek door mijn hoofd speelt. De namen worden genoemd en ik moet lachen: natuurlijk, nu weet ik het weer!